FunX

"Het blijft vaak een ver-van-je-bed-show": zijn we ongevoeliger geworden voor heftige beelden van leed en oorlog?

foto: ANP

Bosbranden en natuurrampen, verschillende oorlogen die voortduren en zelfs genocides op meerdere plekken in de wereld: het voelt soms alsof de wereld in brand staat. Hoewel zulke verschrikkingen nooit normaal zouden mogen worden, kan de voortdurende confrontatie ermee via sociale media ervoor zorgen dat ze steeds gewoner gaan aanvoelen. In gesprek met FunX leggen psycholoog Consuela Essenboom en Lilian Alibux van Oxfam Novib uit wat heftige beelden met ons doen, waarom jongeren er moedeloos van kunnen raken en hoe dat hun gevoel van machteloosheid beïnvloedt. 

Onderzoek wijst uit dat sociale media voor emotionele afstomping zorgt

Sociale media hebben ervoor gezorgd dat mensen vaker geconfronteerd worden met wereldproblemen. Je hoeft je telefoon maar te openen en je ziet beelden van doden, aardbevingen en bombardementen. Een schokkende video kan de eerste keer veel losmaken, maar wanneer iemand voortdurend aan zulke beelden wordt blootgesteld, kunnen ze geleidelijk minder indruk gaan maken. Dit wordt desensitisatie genoemd: het afnemen van een emotionele reactie op iets door herhaalde blootstelling eraan. Onderzoek naar gewelddadige en emotioneel heftige mediabeelden wijst erop dat herhaalde blootstelling invloed kan hebben op de manier waarop het brein deze beelden verwerkt. Zo zijn er aanwijzingen dat hersengebieden die betrokken zijn bij angst en emotionele verwerking na verloop van tijd minder intens kunnen reageren. Mensen omschrijven dit soms als "eraan gewend raken" of het gevoel dat beelden hen minder doen.

Volgens psycholoog Consuela betekent dit niet automatisch dat jongeren minder empathisch zijn geworden. De afstand tot een gebeurtenis speelt volgens haar een belangrijke rol. "Hoe erg iets ook is, het blijft vaak een ver-van-je-bedshow. Je bent niet zelf in Gaza of aanwezig bij een natuurramp. Je maakt het niet zelf mee, maar kijkt van een afstand naar wat er gebeurt." Via sociale media bepalen gebruikers bovendien zelf hoe lang ze bij het leed blijven stilstaan. Een video kan worden weggescrold en de app kan op ieder moment worden afgesloten. "Je hebt de controle over wanneer en hoe dichtbij je bij deze situaties wilt staan", zegt Consuela. "Je vindt het misschien nog steeds erg, maar je ziet de gevolgen niet iedere dag bij iemand van wie je houdt of die je persoonlijk kent."

"Mensen zijn niet gebouwd voor zo’n emotionele achtbaan"

Vooral de manier waarop een gebeurtenis wordt verteld, bepaalt volgens haar hoeveel iemand erbij voelt. "Compassie zit in het verhaal en in de nuance. Een aardbeving in Venezuela klinkt ver weg. Maar als iemand een naam en een persoonlijk verhaal krijgt, wordt diegene een persoon en komt het leed dichterbij." Juist die nuance ontbreekt vaak op sociale media. Gebruikers krijgen in korte tijd losse beelden en nieuwsartikelen te zien, zonder altijd de tijd te hebben om te begrijpen wie de slachtoffers zijn of wat er precies is gebeurd. 

Volgens Consuela kan daardoor emotionele fragmentatie ontstaan: emoties krijgen nauwelijks de tijd om volledig te worden verwerkt. "Mensen zijn niet gebouwd voor zo’n emotionele achtbaan", legt ze uit. "Je brein krijgt maar een paar seconden om iets te verwerken en moet alweer door. Daardoor ontstaat er minder diepgang in zowel de positieve als de negatieve emoties die je voorbij ziet komen." 

Een gevoel van machteloosheid

Naast emotionele fragmentatie kan de voortdurende confrontatie met wereldleed ook leiden tot machteloosheid. Jongeren zien dagelijks wat er misgaat in de wereld, maar hebben vaak het gevoel dat ze daar zelf weinig aan kunnen veranderen. Volgens Consuela kan daardoor een vorm van verlamming ontstaan. "Je kunt er iets van vinden, maar jij bent geen politieke leider. Jij kunt een oorlog niet beëindigen. Op een gegeven moment denk je: ik vind het erg, maar ik kan er niet veel mee. Dus ik scrol door." Lilian van Oxfam Novib herkent die moedeloosheid onder jongeren. Vooral jongeren die zich actief inzetten voor maatschappelijke onderwerpen. Zij kunnen volgens Lilian snel uitgeput raken wanneer verandering lang op zich laat wachten. "Je ziet dat jongeren snel opbranden wanneer ze heel activistisch zijn, omdat ze het gevoel hebben dat er geen vooruitgang is", vertelt ze.

Volgens Lilian komt de moedeloosheid vooral voort uit het idee dat individuele acties weinig opleveren. Jongeren kunnen demonstreren, berichten delen en zich uitspreken, maar zien niet altijd direct verandering. "Die moedeloosheid zit heel erg in het gevoel van 'ik weet niet meer wat ik nog kan doen'. En dat is ook niet gek, want op een gegeven moment brand je als mens gewoon op." 

"Misschien ben ik zelf ook meer teleurgesteld dan woedend"

Wanneer mensen lange tijd dezelfde beelden en oproepen voorbij zien komen, kan de aandacht hierop ook afnemen. De organisatie zoekt daarom voortdurend naar nieuwe manieren om mensen betrokken te houden. Daarbij probeert Oxfam Novib niet alleen te laten zien wat er misgaat, maar ook welke stappen achter de schermen worden gezet. 

Zo krijgen jongeren volgens Lilian meer inzicht in de langere weg die nodig is om verandering te bereiken. "We proberen mensen weer die energie te geven van: we gaan met z’n allen opstaan", zegt ze. "Maar als je meerdere keren de straat op bent gegaan en het gevoel hebt dat er niets verandert, ga je je afvragen wat je nog moet doen om de druk verder op te voeren." Juist doordat politieke verandering vaak langzaam gaat, kan woede volgens Lilian veranderen in teleurstelling. “Misschien ben ik zelf inmiddels ook meer teleurgesteld dan woedend", zegt ze. "Dat is toch een andere emotie. De directe impact lijkt soms gewoon niet gemaakt te kunnen worden. Het duurt lang." Ook in de media ziet ze dat bepaalde wereldproblematiek na verloop van tijd minder urgent worden behandeld. Dat geldt volgens haar niet alleen voor Gaza, maar ook voor landen als Congo en Soedan. 

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

"Veel mensen durfden eerst ook niet over Palestina te praten"

Volgens Lilian onderschatten veel jongeren hoeveel invloed grote groepen mensen gezamenlijk kunnen hebben. Zeker rond verkiezingen hoort ze vaak dat jongeren denken dat hun stem weinig uitmaakt. "Er zit juist heel veel kracht in de massa", zegt ze. "Er zijn maar een paar politici en zoveel meer mensen die ergens voor staan." Hoop zit volgens haar dan ook niet alleen in grote overwinningen. Verandering begint soms in de manier waarop mensen over een onderwerp praten. Als voorbeeld noemt ze de discussie rond Gaza. "Een paar jaar geleden werden mensen die zich uitspraken over Palestina nog heel snel antisemitisch genoemd", vertelt ze. "Veel mensen durfden daardoor niets te zeggen. Dat is nu veranderd. Dat komt doordat steeds meer mensen zijn opgestaan."

Die verandering is misschien niet altijd direct zichtbaar in beleid, maar laat volgens Lilian wel zien dat langdurige maatschappelijke druk effect kan hebben. "Het zijn vaak zulke kleine stappen dat je ze bijna niet voelt", zegt ze. "Maar dat betekent niet dat er niets verandert. Dus hou hoop en blijf je alsjeblieft uitspreken."

Advertentie via ster.nl
Advertentie via ster.nl